Klimaatbestendige stad

Steden zijn gevoelig voor klimaatverandering. Dat blijkt uit onderzoeken naar de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. Hoe kunnen steden deze kennis toepassen in de praktijk?

Steden moeten bestendig zijn tegen klimaatverandering om gezond, veilig en welvarend te blijven. Volgens de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is in 2050 de bebouwde omgeving zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Kennis over de mate van verandering op de lange termijn, over kwetsbare plekken in stad en de mogelijkheden om daar verandering in aan te brengen is hierbij essentieel.

Kenniskrant voor een Klimaatbestendige Stad

Het klimaatbestendig inrichten van een stad is een ware uitdaging. Gelukkig is er veel kennis en informatie beschikbaar en steeds meer steden nemen maatregelen tegen hitte, droogte en wateroverlast. De Kenniskrant voor een Klimaatbestendige Stad informeert, stimuleert en inspireert iedereen die betrokken is bij de inrichting van de Nederlandse steden. De eerste editie gaat over wateroverlast >


Foto: Roombeek aan het Rozendaal in Enschede (Kees Broks)

Het gaat vooral om vier dreigingen: waterveiligheid, wateroverlast–, droogte en hitte. Steden hebben ook met andere maatschappelijke opgaven te maken. Het is efficiënt om klimaatadaptatiemaatregelen hier te laten mee koppelen; denk bijvoorbeeld aan maatregelen rond waterbeheer, gezondheid, mobiliteit, groen, biodiversiteit en herinrichting.

Het doel van de onderzoekslijn Klimaatbestendige stad is om kennisverspreiding en kennisontwikkeling te bevorderen. De nadruk ligt op het leren van praktijkexperimenten en proefprojecten. Inhoudelijk houdt dit in dat stedelijke actoren weten wat klimaatbestendigheid betekent voor hun sector of gebied en waar kennis en informatie te krijgen. Maar ook hoe adaptatie mee gekoppeld en gefinancierd kan worden. Een subdoel van deze onderzoekslijn is innovatie en vermarkten van de kennis in het buitenland. De onderzoekslijn heeft voor het verwezenlijken van de doelen 6 activiteiten voor ogen:

  1. Het in kaart brengen van het ‘landschap’ rond klimaat en stad;
  2. Een projectentournee: een rondgang langs gerealiseerde projecten om te leren, over te dragen en nieuwe vragen te ontwikkelen;
  3. Het bijeenbrengen van vragers en aanbieders van kennis;
  4. Gezamenlijke onderzoeksprogrammering met kennisvragers en –aanbieders;
  5. Het toegankelijk maken van bestaande (internationale) kennis;
  6. Het faciliteren van internationale onderzoeksvoorstellen.

Meer hierover kunt u lezen in het Programmaplan en de bijbehorende Kennisagenda.

De onderzoekslijn wordt getrokken door het ministerie van Infrastructuur en Milieu vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, daarin bijgestaan door STOWA. Het programmateam bestaat daarnaast uit vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat, Deltares (namens de kennisaanbieders) en Climate Adaptation Services (CAS).

Doet u onderzoek, of bent u betrokken bij een project dat aansluit bij deze onderzoekslijn? Neem dan contact op met Joke van Wensem / joke.van.wensem@minienm.nl