Klimaatbestendige stad

Projectentournee NKWK Klimaatbestendige Stad – Projectbezoek Dordrecht 18 mei 2017

24 mei 2017

Op 18 mei 2017 vond het vierde projectbezoek plaats in het kader van de projectentournee van de NKWK-onderzoekslijn Klimaatbestendige Stad (KBS). De dag werd georganiseerd door NKWK-KBS in samenwerking met Gemeente Dordrecht en waterschap Hollandse Delta. Zo’n 100 deelnemers en lokale pers waren aanwezig bij de bijeenkomst in het mooie voormalig bankgebouw in het centrum van Dordrecht.

Dagvoorzitter Joke van Wensem (projectleider NKWK Klimaatbestendige Stad) opende de dag en gaf een toelichting op Klimaatbestendige Stad, als een van de thema’s binnen het NKWK. Het doel van NKWK-KBS is het bevorderen van kennisverspreiding en kennisontwikkeling, met name vanuit praktijkexperimenten en proefprojecten. De projectentournee is een belangrijk middel daartoe. Ook werkt NKWK-KBS aan de ontwikkeling van een kennisagenda. Van Wensem kon de deelnemers melden dat de Natte Krant binnenkort een vervolg krijgt in de vorm van een kenniskrant over droogte.

Wethouder Piet Sleeking (portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening en Water) verwelkomde de aanwezigen via een videoboodschap. “Dordrecht heeft niet alleen te maken met wateroverlast, maar ook met wateronderlast”, zo stelde de wethouder. Het aanbrengen van meer water en groen in de stad blijkt veel waarde toe te voegen, bijvoorbeeld als het gaat om aantrekkelijkheid. “Maar Dordrecht is nu nog niet klaar voor klimaatverandering”, verzekerde Sleeking. De wethouder ziet samenwerking tussen de gemeente en het waterschap als cruciaal om daar de komende tijd hard aan te werken.


“Wethouder Sleeking heet de aanwezigen welkom via een videoboodschap.” Foto: Kees Broks

Vanuit het Waterschap Hollandse Delta stelde heemraad Cok Sas (portefeuillehouder Financiën en Duurzaamheid) dat klimaat voor velen nog steeds abstract is, terwijl ‘het weer’ voor iedereen heel concreet is. Sas: “Dat maakt dat het soms lastig om klimaatadaptatie tussen de oren te krijgen”. Sas deed een drietal concrete suggesties: werk samen (“hier ontkom je niet aan”); maak werk met werk (“leg bijvoorbeeld investeringsprogramma’s eens naast elkaar”) en begin zo vroeg mogelijk (“als je klimaatadaptatie niet bij de allereerste stap al inbrengt, wordt het later alleen maar lastiger”).


Foto: Kees Broks

Ellen Kelder (Gemeente Dordrecht) liet in haar presentatie een paar mooie resultaten zien van projecten op het gebied van klimaatadaptatie in Dordrecht. Voorbeelden zijn het Interreg-project BEGIN en het Living Lab dat zojuist van start is gegaan. Kelder legde uit dat een subsidieregeling in 2004 een ‘window of opportunity’ verschafte om de wateropgave van de stad al in 2008 op orde te hebben. Dordrecht behoort inmiddels tot de koplopers op het gebied van klimaatadaptatie en enkele aansprekende projecten zullen vandaag ook worden bezocht. Echter, zoals de wethouder al aan gaf, er is nog een hele weg te gaan. Kelder benadrukte dat het betrekken van bewoners daarbij cruciaal is.

De rondwandelingen

Na de plenaire inleiding vertrokken de deelnemers met bussen voor een bezoek aan vier projecten in en rond Dordrecht waar klimaatadaptatie in de praktijk is gebracht.

Rondwandeling Plan Tij

Plan Tij is een indrukwekkend woningbouwproject dat is aan gelegd op een speciaal hiervoor ontpolderd gebied. In dit nu buitendijkse gebied heeft de invloed van de getijdewerking vrij spel. De woningen zijn water-robuust gebouwd zodat ze tegen extreme hoogwatersituaties bestand zijn. De natuur van het nabijgelegen Nationaal park de Biesbosch is hiermee de stad ingebracht. De nieuwe groene en blauwe kwaliteiten beiden de mogelijkheid voor een unieke woonomgeving, waarin natuur, water, recreatie en wonen samengaan. Het project bestaat uit 96 woningen uit het hogere prijssegment.

Tijdens het bezoek legde Berry Gersonius (Gemeente Dordrecht, Unesco IHE) uit dat de gemeente Dordrecht de ambitie had om woningen voor het hogere prijssegment te ontwikkelen. Omdat er ook twijfel bestond of er wel voldoende vraag was op de woningmarkt, heeft de gemeente destijds een open competitie uitgeschreven om een visie op dit poldergebied te ontwikkelen. Het resultaat van dit plan- en ontwerpproces was een uniek woonconcept, met diverse vrijstaande woningen met een privésteiger. De vraag naar dit type woningen bleek groot, en de ontwikkelaar kon daarom snel starten met bouwen. In oktober 2006 is begonnen met het verwijderen van de oorspronkelijke dijklichamen, en in december 2008 is het project opgeleverd. Cok Sas, die destijds wethouder in Dordrecht was, vertelde dat de woningen voor een vanaf-prijs van 4 ton zijn verkocht. In het afgelopen decennium zijn de huizenprijzen voor deze locatie meer dan gemiddeld gestegen, wat erop duidt dat groene en blauwe kwaliteiten belangrijke (economische) waarde toevoegen.

Eén van de deelnemers was benieuwd naar de hobbels die in dit proces zijn genomen. Volgens de heemraad waren de financiën de belangrijkste uitdaging. Oorspronkelijk wilde de gemeente maar 80 woningen ontwikkelen om de ecologie te beschermen. Uiteindelijk zijn het er dus 96 geworden, omdat de ontwikkelaar anders het financiële plaatje niet rond zou krijgen. Een uitdaging die nog steeds actueel is, is om het waterbewustzijn bij de bewoners op peil te houden. Dit speelt vooral als er nieuwe bewoners komen, vertelde Ellen Kelder. Het is de verantwoordelijkheid van de VVE om de nieuwe bewoners te wijzen op het overstromingsrisico van de carports onder de woningen. Dit lijkt nu niet altijd goed te gaan. Een deelnemer stelde voor om in de notariële koopacte te wijzen op dit risico. Volgens Ellen zal de gemeente deze mogelijkheid beschouwen voor nieuwe buitendijkse gebiedsontwikkelingen.


Foto: Kees Broks

Rondwandeling B Dordtwijkzone

De Dordtwijkzone is een combinatie van verschillende park/bos gebieden en waterpartijen, deze groenblauwe zone vormt een belangrijke verbindingszone tussen natuurgebieden onderling en van de stad met de natuur. In dit gebied is de waterbergingsopgave van de stad met 6,5 hectare, van de totale opgave van 7,5 hectare begin 2000, gerealiseerd in 2008. Projecten die in deze zone zijn uitgevoerd, omvatten de ondertunneling van de N3, waarbij andere opgaven zijn meegekoppeld. De bergingsopgave uit de versteende binnenstad kan nu via een open verbinding worden geborgen in de Dordtwijkzone. De Twintighoevenweg, een gebied waarbij 1,2 hectare water middels co-creatie met bewoners is ingevuld.

De Dordtwijkzone is een combinatie van verschillende park-/bosgebieden en waterpartijen. Deze groenblauwe zone vormt een belangrijke verbindingszone tussen natuurgebieden onderling maar het verbindt ook de stad met de natuur. In dit gebied is de waterbergingsopgave van de stad met 6,5 hectare van de totale opgave van 7.5 hectare begin 2000 gerealiseerd in 2008. Teije Dalstra vertelde aan de aanwezigen dat een van de eerste echte burgerparticipatieprojecten is geweest. Het ontwerp dat in eerste instantie werd voorgelegd kon op weinig enthousiasme van de bewoners rekenen. De gemeente en het waterschap hebben de bewoners daarop de gelegenheid geboden om zelf met een ontwerp te komen. De bewoners kregen daarbij de functionele eisen (lees: randvoorwaarden) mee. Het ontwerp is uiteindelijk nagenoeg gerealiseerd. Zo is een waterbergingsopgave van 1,2 hectare door co-creatie verwezenlijkt.

Teije Dalstra legde uit dat binnen de Dordtwijkzone een belangrijk deel van de opgave gerealiseerd is, maar dat de opgave zelf niet in dit gebied lag. Door fysiek goed verbindingen te maken tussen gebieden kun je de gebieden impulsen geven en andere gebieden ook in hun waarde laten. Een van de projecten die voor een goede verbinding zorgt is de ondertunneling van de N3. De bergingsopgave uit de versteende binnenstad wordt nu via een open verbinding geborgen in de Dordtwijkzone. Omdat ProRail aan slag ging met het spoor en er een verkeerskundig knelpunt aangepakt ging ontstond er een mogelijkheid om de waterverbinding tussen beide gebieden te realiseren. Enkel en alleen vanuit de behoefte van water was deze opgave nooit gerealiseerd.


Foto: Kees Broks

Rondwandeling Land van Valk

In het Land van Valk was begin jaren ‘90 wateroverlast bij woningen met funderingen op staal. De wijk is gebouwd in een zettingsgevoelig gebied met klei- en veenlagen in de ondiepe ondergrond. Het maaiveldniveau in de wijk daalt sinds de bouw van de wijk steeds verder. De op staal gefundeerde woningen zijn mee gedaald, terwijl de woningen op houten palen nauwelijks zijn gedaald. Om deze combinatie van problemen het hoofd te beden is in deze wijk – als een van de eerste wijken in Nederland – actief grondwaterpeilbeheer toegepast. Maatregelen waarbij de gemeente een rol heeft, maar ook de bewoners zelf.

Aangekomen in het Land van Valk vertelde bewoner Wim Vijfwinkel (New Energy Concepts) over ‘zijn’ project: het onder water houden van houten palen van huizen. Vervolgens werd de wandeling voortgezet naar de twee putten waar onderling een enorm peilverschil is en die speciaal voor deze rondwandeling waren opengezet met medewerkers van de gemeente om toelichting te geven. De gemeente heeft in het gebied namelijk verschillende grondwaterpeilen ingesteld. Zo kunnen huizen met funderingen op houten palen blijven bestaan naast op staal gefundeerde woningen. Wim tapt zijn water uit dit systeem voor maatwerk grondwaterpeilbeheer bij de eigen gevels/palen.

Han van Eijnsbergen (Gemeente Dordrecht) gaf alle antwoorden op vragen als: “Zo! Wat een verschil!”, “Waar komt het water vandaan?”, en “weet de wegbeheerder hiervan?”. “Het verschil in waterpeil is zeker een halve meter en wordt gescheiden door een kleidam dwars over de straat. “We pompen het water uit de sloot; en ja, de wegbeheerder weet van het hoge peil maar gedoogt dit omdat het een verkeersluwe weg is zonder veel zwaar verkeer”, legt van Eijnsbergen uit.


Foto: Kees Broks

Rondwandeling Nieuwe Dordtse Biesbosch

De Nieuw Dordtse Biesbosch is een project waarvan de aanleg in 2016 gestart is en gezamenlijk aan gewerkt wordt door Parkschap Nationaal Park de Biesbosch, Staatsbosbeheer, Provincie Zuid Holland, Waterschap Hollandse Delta en Gemeente Dordrecht. Het ligt in het landelijk gebied van Dordrecht, ten zuiden van de Zeedijk (regionale kering), en vormt de verbinding tussen de Sliedrechtse Biesbosch en de Dordtse Biesbosch en is daarmee een belangrijke schakel in de Ecologische Hoofstructuur van Nederland. Maar ook kan er een verbinding worden gemaakt met onder andere de Dordtwijkzone en daar bijdragen aan een betere waterkwaliteit.

Aan de oever van de Nieuwe Merwede en met zicht op de Biesbosch in het zuiden en de stad Dordrecht in het noorden begon de rondwandeling. Gerrit Slijkhuis (Waterschap Hollandse Delta) legde hier uit hoe de ontwikkeling van het project Nieuwe Dordtse Biesbosch een bijdrage gaat leveren aan de klimaatadaptatie van de stad Dordrecht. Kort werd ingegaan op de noodzaak om in de toekomst te kunnen beschikken over voldoende water van een goede waterkwaliteit. Vervolgens werd het project toegelicht. Door slimme inrichting van het watersysteem kan een toekomstig natuurgebied, een agrarisch gebied en de stad worden voorzien van goed water op een natuurlijke wijze.

Een van de deelnemers vroeg zich af op welke wijze rekening is gehouden met de tegenstrijdige belangen van een dergelijk complex project. Het waterpeil van een groot gebied wordt voor de Ecologische Hoofstructuur namelijk aanzienlijk verhoogd terwijl het aanliggende agrarische gebied hier geen hinder van mag ondervinden voor de bedrijfsvoering. In het ontwerp is hier zo veel mogelijk rekening mee gehouden. Zo wordt voorzien in een nieuwe watergang op de grens van het natuurgebied en het agrarisch gebied om verhoging van het grondwater in het agrarisch gebied te voorkomen. Een deelstroom van het ingelaten water is bestemd voor het agrarisch gebied zodat de mogelijkheden voor beregening van de gewassen wordt verbeterd. Omdat in het natuurgebied het water langer kan worden vastgehouden, vindt tijdens een wateroverlastsituatie geen directe afvoer van water naar het agrarisch gebied plaats. Hierdoor wordt het risico van inundatie (en schade) in het agrarisch gebied verkleind. Slijkhuis vertelde dat voor een goede agrarische bedrijfsvoering voorzien is in een nieuwe landbouwweg om de bereikbaarheid van agrarische percelen in de Hoekse Waard te verbeteren.

De workshops

In de middag, na een gezamenlijke lunch, stonden vier workshops op het programma, tegen de achtergrond van de projecten die tijdens de rondwandeling waren bezocht.

Workshop Actief grondwaterpeilbeheer

Het bezoek aan het Land van Valk in de ochtend liet zien hoe binnen een straat het ene huis zo maar 70 centimeter hoger ligt dan het huis aan de andere kant van de twee meter brede steeg. De uitleg was dat het eerste huis op staal gebouwd is, het tweede op houten palen. Op ingenieuze wijze houden ondergrondse kleidammen en infiltratiebuizen het grondwaterpeil op de vereiste niveaus. In de workshop is deze aanpak systeem in detail uitgelegd en bediscussieerd. Daarnaast werden nieuwe onderzoeksresultaten gepresenteerd die aangeven dat grootschalige invoering van actief grondwaterpeilbeheer technisch goed mogelijk is en financieel voor gemeenten in veel gevallen een rendabele zaak kan zijn. In het algemeen was de conclusie dat de aanpak aan de ene kant imponeert doordat het bijna grondwateracupunctuur is en aan de andere kant perspectieven biedt als er naast de reactieve ook een naar de toekomst pro-actieve benadering kan worden ontwikkeld.


Foto: Kees Broks

Workshop Wateroverlast als gevolg van hevige regen

In de workshop Wateroverlast als gevolg van hevige regen werd een korte presentatie gegeven over de hevige regenval eind augustus 2015 in Dordrecht. Er werd uitgelegd wat de karakteristiek was van de gevallen neerslag met een herhalingstijd van circa 1 keer per 1000 jaar, Plus welke gevolgen deze hadden voor de stad Dordrecht. Daarbij werd aangegeven welke opvallende zaken er gesignaleerd werden tijdens en na de neerslag.
Na deze informatie werden de aanwezigen uitgedaagd om hun mening te geven over vijf prikkelende stellingen waarin het hoofddilemma centraal stond: hoe ver moet een (overheids-) organisatie gaan om investeringen te plegen om overlast te voorkomen; wanneer is een investering nog acceptabel; en wat verwacht je voor bijdrage hieraan van bewoners en bedrijven?

Wat opviel in de discussie was de rol van de bewoners. Hoe moet je deze groep betrekken en klimaatbewustzijn creëren? De stellingen gingen van bewoners aan de hand nemen en faciliteren tot harde maatregelen vastgelegd in wetgeving, zoals een maximaal percentage van verhard oppervlak op particulier terrein. Hier werd over de grens verwezen naar de Duitse en Belgische modellen.

Een belangrijke conclusie was dat korte en lange termijn visies over klimaatadaptatie bij elkaar gebracht moeten worden om maatregelen (technisch, communicatietrajecten, acceptatie en bewustzijn) beter maatschappelijk te kunnen verantwoorden.


Foto: Jochem Callenfels

Workshop Initiëren en continueren van een co-creatie relatie

Overheidsinstanties zoeken continu naar openingen om tot co-creatie te komen. Het lukt steeds vaker om in pilots een dergelijke samenwerking te bereiken. Maar hoe zorgen we ervoor dat deze werkwijze het ‘nieuwe normaal’ wordt? En dat deze co-creatie blijft voortduren, nu en na de pilot? Deze vragen stonden centraal in de workshop co-creatie ‘als het nieuwe normaal’, waarin inzichten uit de theorie en de praktijk werden gecombineerd.

Een van de vragen die gesteld werd in de sessie, is of een co-creatieproces soepel verloopt binnen een organisatie. Dit leverde een interessant beeld op, het merendeel van de deelnemers gaf aan dat dit niet het geval is. Een aantal waardevolle tips:

  • Het succes van een co-creatieproces hangt sterk af van de energie en het enthousiasme vanuit het initiatief;
  • De kunst is het verbinden van het initiatief met de eigen organisatie;
  • Betrek mensen uit de eigen organisatie vroegtijdig, zonder dat de gemeente het initiatief overneemt;
  • Co-creatie doe je niet alleen met de kleine groep enthousiaste bewoners, als gemeente moet je er juist voor zorgen dat ook andere bewoners en belanghebbenden een stem hebben.

Al met al was het een inspirerende en leerzame middag waaruit diverse lessen werden getrokken. Er is nog wel een weg af te leggen voordat co-creatie het nieuwe normaal zal worden.


Foto: Kees Broks

Workshop Nature-based solutions

In deze workshop ging het om Nature Based Solutions (NBS) ook wel natuur inclusieve oplossingen genoemd. De deelnemers werden gevraagd naar hun visie op NBS. Enerzijds werden de economische baten van de NBS genoemd (‘economische winst behalen uit de natuur’) maar ook de overige baten mochten niet worden vergeten (‘gebruik maken van de krachten van de natuur’). Hierna volgde een inleiding door Waterschap Hollandse Delta en IHE over de maatschappelijke opgaven in de stad, de rol van natuur inclusieve oplossingen hierin en twee praktijkvoorbeelden (Dordtwijkzone en de nieuwe Dordtse Biesbosch). Na de introductie konden de deelnemers doormiddel van een interactieve website hun mening geven over een zestal stellingen. Vooral de stellingen ‘Omdat de baten van de natuur verspreid zitten in de stad lukt het niet altijd om de business case te maken’ en ‘Het GRP (gemeentelijk rioleringsplan) is een geschikt instrument om natuur inclusieve oplossingen te financieren’ bleken met een 50/50 score (eens/oneens) tot een goede discussie te leiden.

Verschillende stellingen werden gebruikt om discussies aan te wakkeren en te peilen waar de verschillende meningen. Wat opviel waren de discussies rond een klimaatadaptieve stad. Sommige zagen dit als een klimaat neutrale stad op zichzelf, andere als iets wat regionaal beter is om aan te pakken. Het onderwerp van het gemeentelijke rioleringsplan (GRP) riep de meeste discussie op, hier waren uiteenlopende meningen over en zorgde de discussie voor nieuwe inzichten en tegelijkertijd meer begrip tussen publieke en private deelnemers van de workshop.

Enkele rake opmerkingen tijdens de discussie waren:

  • Het klimaat bestendig maken van een stad moet in eerste instantie in de stad plaatsvinden en pas daarna indien nodig in het omliggende gebied. Het zijn gelijke partners.
  • Je zou moeten streven naar een water neutrale stad
  • De te nemen maatregelen om een stad klimaatbestendig te maken zijn afhankelijk van de stad, de locatie (bodemstructuur en ligging) en hieraan gerelateerd de wateropgave (droogte of natte)
  • We moeten meer kijken naar Life Cycle Costing om discussie over wie de kosten en wie de baten krijgt te voorkomen
  • Kijk bij de kosten en baten naar de stad als geheel
  • Neem de natuur als waarde mee in besluitvorming maar probeer deze niet tot in detail uit te werken


Foto: Kees Broks

Gespreksleider Kim van Nieuwaal (Stichting CAS, projectteam KBS) ging aan het einde van de dag in gesprek met de kenniswerkers en de zaal over de belangrijkste bevindingen van de workshops. Deze bevindingen zullen hun weg vinden naar de kennisagenda van KBS. “Interessant om te zien dat twee totaal verschillende gebieden zoals Dordrecht en EVA Lanxmeer, dat tijdens een eerder projectbezoek is aangedaan, gemeen hebben dat ze in toenemende mate teruggrijpen op hun DNA, zoals dat bijvoorbeeld in de ondergrond ligt besloten”, aldus Van Nieuwaal. Marleen Kaptein, een van de grondleggers van EVA-Lanxmeer, reageerde daarop: “Wij noemen dat de Genius Loci.” Eva-Lanxmeer was een tegenbeweging, tegen de ‘duurzame’ Vinex-wijken waarin 800.000 woningen gebouwd moesten. “Het zou zo mooi zijn als men ook elders vanuit die duurzaamheidsgedachte zou investeren in klimaatadaptatie in de ruimtelijke omgeving, proactief, en niet primair om gevaar af te wenden, dus defensief”, aldus Kaptein.

Joke van Wensem dankte de aanwezigen voor hun enthousiaste bijdrage aan de dag. Met een drankje spraken de deelnemers nog wat na, terugkijkend op een geslaagde en leerzame dag.