Energiecoalitie voor water als energiebron

Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen hebben een Energiecoalitie gevormd tijdens de Nationale Klimaattop op 26 oktober om energiekansen in het waterbeheer optimaal te benutten. Onderzoek laat zien dat energievormen die gebruik maken van warmte- en koude verschillen van oppervlaktewater, zoet-zout verschillen en waterkracht enorme potentie hebben. Dit kan bijdragen aan de duurzame energietransitie in Nederland.

Energieopwekking uit water heeft naast wind- en zonne-energie veel potentie om bij te dragen aan de duurzame energietransitie. Met de Energiecoalitie willen Rijkswaterstaat en waterschappen de realisatie van hun ambities op het gebied van klimaat en energie versnellen. Het stimuleert innovatieve projecten en brengt synergie aan tussen de onderzoeksprogramma’s van Rijkswaterstaat en STOWA. De programmeringsstructuur van NKWK wordt gebruikt, zodat ook andere partijen zich kunnen aansluiten.

Er zijn verschillende manieren om energie op te wekken uit water, zoals het gebruik van waterkracht, verschillen in zoet-zoutgehalten en warmte – en koudeopslag uit oppervlaktewater. Daarnaast kunnen wateroppervlakken op een andere manier gebruikt worden door bijvoorbeeld ruimte te bieden aan drijvende zonnepanelen.

Bewezen potentie van warmte- en koudeopslag

Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen hebben gezamenlijk onderzoek gedaan naar de potentie van warmte- en koudeopslag. Uit het onderzoek blijkt dat watergangen, plassen en poldergemalen in 54% van de nationale koudevraag kunnen voorzien en in 12% van de warmtevraag. Zo kunnen watersystemen voor een aanzienlijk deel bijdragen in het verwarmen en koelen van gebouwen en woningen. Ook voldoen waterbeheerders hiermee aan de doelstellingen voor energieneutraal warmtegebruik. Met behulp van Deltares en adviesbureau IF Technology is de potentie op een digitale kaart zichtbaar gemaakt. Hierop is te zien dat regionale wateren beheerd door waterschappen de grootste energiepotentie bieden. Om dit optimaal te kunnen benutten, zouden ze gekoppeld moeten worden aan de provinciale en gemeentelijke waterplannen.