Meegroeien met de zeespiegel

Onderzoekslijn Kustgenese 2.0

Onze kust is een dynamisch zandsysteem. Voortdurend verliezen we zand aan de zee. Daarom spuit Rijkswaterstaat jaarlijks miljoenen kuub zand op. Klimaatverandering maakt die kustbescherming steeds lastiger. De onderzoekslijn Kustgenese 2.0 genereert de kennis die nodig is om het beleid en beheer van dit zandige kustsysteem vanaf 2020 goed te onderbouwen.

Al eeuwenlang vormen onze stranden en duinen de belangrijkste bescherming tegen de zee. Het is een dynamisch systeem, waarbij wind, golven en getijden voortdurend aan onze kustlijn knabbelen en elders weer zand afzetten. Dat evenwicht bepaalt of we droge voeten houden. “In de jaren ’80 is er grootschalig onderzoek gedaan naar dat kustsysteem, onder de naam ‘Kustgenese’”, zegt Carola van Gelder van Rijkswaterstaat, projectmanager van de onderzoekslijn Kustgenese 2.0. “Het was duidelijk dat er meer kennis nodig was van die dynamiek.”

Dat eerste onderzoek leidde in 1990 tot nieuw beleid en het ‘Kustlijnzorgprogramma’, dat moet voorkomen dat de kustlijn verder landinwaarts schuift dan een vastgestelde basislijn. Zodra ergens te veel zandafslag is, vult Rijkswaterstaat dat aan met zand dat uit de Noordzee wordt opgepompt.

“Sinds de Derde Kustnota uit het jaar 2000 proberen we niet alleen de kustlijn vast te houden”, vervolgt Van Gelder, “maar ook het zogeheten kustfundament: de brede strook tussen de duinen en de lijn waar de zeebodem 20 meter beneden NAP ligt. Tegenwoordig brengen we jaarlijks 12 miljoen kuub zand aan om ervoor te zorgen dat de kustlijn op zijn plek blijft en dat het kustfundament meegroeit met de zeespiegel.”

Samenwerking

Kustgenese 2.0 is ingegeven vanuit het Deltaprogramma en maakt onderdeel uit van het NKWK. “Het is opgezet omdat we nog steeds kennisleemtes hebben over het kustsysteem”, zegt Van Gelder. “Bijvoorbeeld over hoe het systeem gaat reageren op verdere zeespiegelstijging. Hoeveel zand moet je dan jaarlijks aanbrengen, wanneer, waar, en vooral: hoe precies?”

Binnen Kustgenese 2.0 werken veel partijen samen. Naast Rijkswaterstaat zijn dat onder meer het kennisinstituut Deltares, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, marktpartijen en natuurorganisaties. Ook is er samenwerking met SEAWAD, een consortium van de universiteiten van Delft, Utrecht en Twente. Kennis wordt uitgewisseld via NKWK en het Deltaprogramma, maar ook met verschillende nationale en internationale onderzoeksprojecten.

Kust als één geheel

“We hebben eerder al ervaring opgedaan met een groot pilotproject voor de kust van Zuid-Holland: de Zandmotor”, vertelt Van Gelder. “We kijken hoe het zand van de Zandmotor zich via natuurlijke processen verspreidt.” Uniek aan de Zandmotor is dat onderzoekers niet alleen de fysieke en veiligheidsaspecten monitoren, maar ook de mogelijkheden voor recreatie en natuur.

“Met Kustgenese 2.0 bouwen we op die kennis voort”, zegt Van Gelder. “We gaan nu nog een stapje verder: we bestuderen niet één lokaal project, maar de gehele kust.” Een belangrijk pilotproject binnen Kustgenese 2.0 vindt plaats op de buitendelta tussen Ameland en Terschelling, het Amelander Zeegat. Van Gelder: “Buitendelta’s zijn relatief ondiepe gebieden tussen Waddeneilanden en spelen een belangrijke rol bij de uitwisseling van zand tussen Waddenzee en Noordzee. Een zandsuppletie op zo’n plek is nog nooit gedaan. Wat wij willen weten is: waar komt dat zand terecht? Hoe reageert de ecologie hierop? Is suppletie hier eigenlijk mogelijk, qua uitvoering?”

Goed uitleggen

Iedere interventie nabij het Waddengebied ligt gevoelig. Was het lastig om dit pilotproject van de grond te krijgen? “Wij zijn vanaf het begin heel open geweest naar alle betrokkenen”, antwoordt Van Gelder. “Wij hebben eerlijk aangegeven dat wij ook niet precies weten wat de uitkomsten zullen zijn. We hebben de gevolgen voor de natuur zo goed mogelijk in kaart gebracht en zijn daar zorgvuldig mee omgegaan. Na gesprekken met natuurorganisaties hebben we besloten extra onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van jonge zandspiering, een belangrijke voedselbron.”

Het project omvat ook een communicatieplan. De onderzoekers onderhouden regelmatig contact met de betrokken gemeenten en met burgers, natuurorganisaties en de visserijsector. “Als je maar eerlijk bent, open staat voor hun ideeën en suggesties en daar waar mogelijk ook iets mee doet, dan gaat dat heel goed”, aldus Van Gelder. Ze geeft aan dat het project een vergunning verkreeg via de Natuurbeschermingswet.

Tussentijds advies

“Wat ik zelf ook heel belangrijk vind, is dat we kennis uitwisselen met de andere landen rondom de Noordzee”, voegt Van Gelder eraan toe. “Duitsland en Denemarken pakken de uitdagingen weer heel anders aan. We kunnen veel van elkaar leren.”

Kustgenese 2.0 loopt nog tot 2028. In 2020 presenteert het team een tussentijds beleidsadvies aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “We staan wat betreft onze kustbescherming voor een enorme opgave”, vat Van Gelder samen, “zeker nu het klimaat verandert. Maar juist doordat we die uitdaging aanpakken met zoveel verschillende partners, zijn de resultaten tot nu toe heel positief.”

Meer informatie