Kenniskrant voor een Klimaatbestendige Stad

Droge Kost

Droogte is onderschat klimaateffect

Het wordt natter, heter, droger en de zeespiegel stijgt. Dat staat in bijna ieder beleidsstuk over klimaatverandering. Toch krijgt droogte minder aandacht dan de andere drie effecten. Volgens Deltares-adviseur Frans van de Ven is droogte een onderschoven kindje. Hoog tijd om dat te veranderen, zegt hij. “Bewustwording is de eerste stap naar oplossingen.”

Droogte doet zich met name voor in de zomermaanden – grofweg van april tot oktober. Opvallend genoeg gaat de toenemende droogte gepaard met een groter aantal extreme buien. Toch regent het op de meeste plaatsen in Nederland dan te weinig om het neerslagtekort op te heffen, met name in de kustgebieden. Metingen tonen aan dat de periode van droogte steeds vroeger begint en het neerslagtekort toeneemt. Een tekort van 100 millimeter is gemiddeld; in extreem droge jaren kan het oplopen tot rond de 300 millimeter. Dat gebeurde onder meer in 2003, toen veendijken het begaven omdat ze extreem waren uitgedroogd (zie ook pagina 10).

Versteende steden

Dat droogte met name optreedt in stedelijk gebied, is een gevolg van de manier waarop steden zijn gebouwd, zegt Ben Wichers Schreur. Hij is wetenschappelijk medewerker van het KNMI. “We hebben van grote delen van Nederland een stenen woestijn gemaakt. Dat moet doorbroken worden, vooral in het licht van de klimaat­verandering.” Wichers Schreur denkt dat het gemiddelde neerslagtekort rond 2050 met 25 procent zal zijn gestegen, tenzij er maatregelen worden genomen. “We moeten terug naar het natuurlijke evenwicht: water vasthouden en ten goede laten komen aan het grondwater. Daarmee kunnen we ook de verdamping door vegetatie op gang brengen, wat helpt tegen hittestress.”

Hoger op de agenda

“Droogte mag in de steden hoger op de agenda”, meent Van de Ven. Hij vindt dat het bij veel mensen ontbreekt aan bewustwording. “Droogte is een mooi-weer-probleem en bovendien niet zo zichtbaar.” Als voorbeeld noemt hij paalrot als gevolg van grondwaterdaling. “Dat is een sluipend proces met grote gevolgen en veel schade. Tenzij je op tijd ingrijpt. En dat kan: steeds meer onderzoeken richten zich op de oplossingen.” Van de Ven noemt het living lab in Gouda: een praktijkstudie naar de gevolgen van droogte en de geschikte maat­regelen om die tegen te gaan (zie pagina 2). Vooral de betrokkenheid van een groot aantal partijen – zoals netwerkbeheerders – belooft goede resultaten.

Nieuwe KNMI-scenario’s in de maak

In 2021 verschijnen nieuwe KNMI-scenario’s, aangepast aan de nieuwste inzichten. Alle voorspellingen worden nu gebaseerd op de vier scenario’s die in 2014 zijn uitgebracht. Nederland ligt op de koers van het meest extreme scenario, WH, zegt Ben Wichers Schreur van het KNMI. In de nieuwe scenario’s zullen ontwikkelingen in het Europese weer een belangrijke rol gaan spelen. Daaraan leveren het smelten van het Noordpoolijs en veranderingen in de stratosfeer mogelijk een bijdrage. Er is nog veel onderzoek nodig voor de nieuwe scenario’s, maar een voorschot wil Wichers Schreur wel nemen. “Het is zeker mogelijk dat we langere periodes krijgen van droog en zonnig weer.”

KNMI doorlopend potentieel neerslagoverschot 1 april 2017 tot en met 4 augustus 2017

Met name in de kustgebieden regent het in de zomer te weinig om het neerslagtekort op te heffen. In de periode april t/m augustus 2017 was het ook droog in Zuid-Limburg. Bron: KNMI

Achtergrondinformatie, onderzoeken en bronnen

Lees verder over hitte, droogte of wateroverlast in de stad.