Kenniskrant voor een Klimaatbestendige Stad

Droge Kost

Onbeheersbare natuurbranden zijn te voorkomen

Het aantal natuurbranden in Nederland neemt toe, vooral in het voorjaar. Met soms kleine maatregelen is te voorkomen dat zo’n brand onbeheersbaar wordt. Ook het natuurbrandverspreidingsmodel (NVBM) is een goed hulpmiddel. In 2018 wordt dit model gevoed met satellietgegevens; dat is uniek in Europa.

Sinds 2009 woedden in Nederland diverse natuurbranden: in de Noord-Hollandse duinen bij Bergen en Schoorl, op de Strabrechtse heide in Noord-Brabant, op diverse plaatsen in Drenthe en op de Hoge Veluwe. Bij dergelijke branden spelen perioden van droogte een grote rol, zeker als die worden afgewisseld met hevige neerslag, zegt Ester Willemsen, projectleider bij het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)/Brandweer Nederland. “De vegetatie krijgt in perioden van neerslag de kans om goed te groeien en dan is meer brandbaar materiaal aanwezig.” In vergelijking met het buitenland gaat het om relatief kleine branden, maar de risico’s zijn evengoed heel groot. Dat heeft alles te maken met de hoge bevolkingsdichtheid en het intensieve gebruik van ons land. “Hoe meer we weten over de gebieden waar natuurbranden kunnen ontstaan, hoe meer we kunnen doen aan preventie.”

Kennis verzamelen

De gemeente Ede rooide een rij brandgevoelige naaldbomen bij een zorg­instellingHet IFV werkt in tien deelprojecten aan het beheersen van natuurbranden. Een daarvan is een project waarbij satellietdata worden gebruikt voor het maken van vegetatiekaarten voor alle Nederlandse natuurgebieden. De informatie is van groot belang bij de bestrijding van natuurbranden; het ene plantje is namelijk brandbaarder dan het andere. Het project komt tot stand in samenwerking met Brandweer Nederland, ruimtevaartorganisatie NSO en de ministeries van Economische Zaken en Veiligheid en Justitie. De vegetatiekaarten worden onderdeel van het natuur­brand­verspreidings­model, dat inzichtelijk maakt hoe lang het duurt voor een brand zich naar verwachting uitbreidt, en in welke richting dat zal zijn. In het voorjaar van 2018 zullen gedetailleerde vegetatiekaarten beschikbaar zijn voor alle veiligheidsregio’s.

Satellieten en drones brengen droogte in kaart

Remote-sensingtechnieken worden steeds vaker gebruikt om de effecten van het weer in beeld te brengen. Satellieten of drones verzamelen vanaf grote hoogte gedetailleerde informatie over het aardoppervlak. Deze gegevens zijn dagelijks beschikbaar, tegen relatief lage kosten. Hierdoor is het mogelijk om de werkelijke verdamping, de hoeveelheid bodemvocht en de gewasgroei nauwkeurig in beeld te brengen. Hetzelfde geldt voor droogte en wateroverlast.

Voor beleids- en plannenmakers is remote-sensinginformatie vaak van grote waarde, bijvoorbeeld bij het analyseren van het urban heat island effect. De gedetailleerde kennis is van belang om steden klimaat­bestendig te kunnen inrichten. De stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) onderzoekt de praktische mogelijkheden, haalbaarheid en betaalbaarheid van remote-sensingtechnieken in het waterbeheer. STOWA ondersteunt daarmee SAT-WATER, een consortium van waterschappen, dat remote sensing in het regionale water­beheer stimuleert.

Kleine maatregelen, groot effect

Bij het voorkómen van onbeheersbare natuurbranden is samenwerking tussen bestrijders en beheerders van cruciaal belang. “Beheerders kennen het gebied als geen ander”, zegt Willemsen, “ze leveren onmisbare informatie.” Omgekeerd geldt hetzelfde: de brandweer weet precies hoe een brand vertraagd kan worden, zodat er genoeg tijd is om te blussen. Dat kan soms met kleine ingrepen, zoals het omzagen van een paar bomen of het verbreden van een ruiterpad. Ook in de buurt van bebouwd gebied leveren kleine maatregelen vaak al groot effect op. Na een project van de brandweer en diverse betrokken partijen, rooide de gemeente Ede een rij brandgevoelige naaldbomen rondom een zorginstelling. Hierdoor ontstond meer ruimte voor bosbessenstruiken. Willemsen: “Door hun bijzondere samenstelling werken deze struiken brandvertragend. Dat is van groot belang bij een gebouw waar zoveel kwetsbare, niet-mobiele mensen wonen.”

Achtergrondinformatie, onderzoeken en bronnen