Hitte te lijf met techniek

Wie hitteproblemen in de stad wil aanpakken, zou tegelijkertijd moeten nadenken over energievraagstukken. Dat zegt Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de TU Delft.

’s Zomers dreigt er in de stad een warmteoverschot, maar ’s winters is er juist warmte nodig om de huizen te verwarmen. “Wij onderzoeken hoe je die twee uitdagingen aan elkaar kunt koppelen”, zegt Van den Dobbelsteen. Dat kan bijvoorbeeld met warmtepompen. ’s Zomers gebruiken die de warme lucht uit een woning om een vloeistof op te warmen, die de warmte vervolgens weer afgeeft via een systeem van condensatie en verdamping. ’s Winters gebeurt het omgekeerde. “Maar als de warmtepomp de buitenlucht als medium gebruikt, is het effect dat de buitenlucht in de stad ‘s zomers opwarmt en ‘s winters afkoelt”, zegt Van den Dobbelsteen. “Voor het stadsklimaat is er dan een averechts effect.”
Beter is het daarom, aldus de hoogleraar, om de warmtepomp niet op de buitenlucht aan te sluiten, maar op de bodem. De vloeistof van de warmtepomp loopt daarbij met slangen de bodem in, waar warmte wordt opgeslagen en uitgewisseld. “Die techniek is relatief nieuw”, zegt Van den Dobbelsteen, “en de ontwikkelingen zitten nu in een stroomversnelling.”

‘Kan allemaal slimmer’

Ook zonnecollectoren – systemen op het dak die water opwarmen met zonnestraling – zijn sterk in ontwikkeling. “Je zou daar ook andere oppervlakken voor kunnen gebruiken”, aldus Van den Dobbelsteen. Bijvoorbeeld door vloeistofbuizen te leggen onder straten, pleinen en asfaltwegen, en in muren die op de zon gericht zijn. Zo’n systeem koelt de lucht in de stad. De warmte kun je afvoeren en opslaan, en ’s winters gebruiken voor verwarming van huizen. “Er is enorm veel warmte die we kunnen winnen en waar we nu niets mee doen. Het kan allemaal veel slimmer.”
Zeker nu Nederland ‘van het gas af’ moet, zijn dergelijke oplossingen veelbelovend. In de tussentijd kunnen we ook hybride systemen inzetten, die deels nog gas gebruiken. Maar alle technologie voor een volledige energietransitie is al beschikbaar, benadrukt Van den Dobbelsteen. We moeten er alleen in durven investeren. “Al dit soort systemen verdienen zichzelf terug”, stelt hij. “Hoe lang dat duurt, hangt af van de schaal en het type systeem. Maar het is altijd binnen de afschrijvingstijd.”

Zie de publicaties van de Delftse groep Climate Design and Sustainability.

Airco nog altijd slecht?

Airconditioners hebben een slechte reputatie. Ze slurpen energie en koelen weliswaar de huizen, maar laten hun restwarmte buiten los. Ze warmen het stads­klimaat dus op. Bekend zijn de beelden van flatgebouwen in warme streken met duizenden airco’s die naar buiten steken. Rampzalig in het licht van klimaatverandering, aldus critici. Ook omdat veel airco’s nog altijd koelstoffen gebruiken die bijdragen aan het broeikas­effect en aantasting van de ozonlaag.
Zijn airco’s dan in de afgelopen jaren niet verbeterd? “De nieuwste generatie gebruikt minder stroom”, zegt Andy van den Dobbelsteen van de TU Delft. “En er komen steeds strengere regels ten aanzien van de gebruikte koelstoffen. Maar je kunt warmte niet laten verdwijnen”, benadrukt hij. “Die moet ergens heen. Je gebruikt dus stroom om warmte te verplaatsen en produceert daarbij ook nog eens extra warmte, hoe je het ook wendt of keert. Dat is een vicieuze cirkel.”

Hermitage verwarmt Hortus

Het Amsterdamse museum De Hermitage moet ’s zomers zijn warmte kwijt. De Hortus Botanicus, 400 meter verderop, wil juist zijn Palmenkas verwarmen. Beide instellingen maken van de nood een deugd in een innovatief project: ‘Tussen Kunst en Kas’. Warm water loopt via ondergrondse buizen van de Hermitage naar de Hortus en koud water stroomt weer terug.
Die uitwisseling bespaart jaarlijks 77.215 m3 gas én 200.000 kWh elektriciteit, en voorkomt daarmee 259.000 kilo CO2-uitstoot. Het project heeft verschillende prijzen gewonnen, waaronder de Duurzaam Erfgoed Award 2016.

Bron: www.tussenkunstenkas.nl

Lees verder over hitte, droogte of wateroverlast in de stad.