Van papier naar praktijk

“De onderzoeken van het NKWK reiken verder dan de watersector. Daarom dagen we jullie uit met een spannend programma.” Zo opende dagvoorzitter Roeland Allewijn de conferentie van het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat. De ruim 400 deelnemers vermaakten zich prima in het zonnige Wageningen. De 100-jarige Wageningen University & Research (WUR) was mede-organisator van de conferentie, die voor de vierde keer plaatsvond. 

NKWK conferentie 2018

Roeland Allewijn toonde zich trots op het grote aantal aanmeldingen; de conferentie was volgeboekt. “We maken flinke stappen met het NKWK”, zei hij tijdens de opening. “Daarom is het thema van vandaag ‘van papier naar praktijk’. We leggen verbinding met andere sectoren en bedrijven die gebruik maken van water. En u kunt tijdens excursies met eigen ogen zien hoe onderzoeksresultaten worden toegepast in de praktijk.”

“We maken flinke stappen met het NKWK”
Roeland Allewijn

Het complexe verhaal over water

Louise Fresco

Louise O. Fresco, voorzitter van de Raad van Bestuur van de WUR, sprak als eerste de zaal toe. “Over water valt een verhaal te vertellen”, zei ze. De geschiedenis van de menselijke beschaving, zo merkte ze op, is te beschrijven als de geschiedenis van omgaan met te veel of te weinig water. “Het is goed uit te leggen waarom water zo belangrijk is, maar het geïntegreerde verhaal, de complexiteit, is moeilijker voor het voetlicht te brengen.”
Als voorbeeld noemt ze klimaatverandering. Watersystemen beïnvloeden het klimaat, maar andersom geldt dat ook. Effecten van klimaatverandering zijn daarom divers, verspreid over verschillende sectoren – en moeilijk in te schatten. “We kunnen die effecten steeds beter modelleren”, zei Fresco, “zowel aan de mitigatie- als de adaptatiekant. Maar het blijft belangrijk dat we die modellen koppelen aan de praktijk.”

Welbewuste afwegingen

Voor het maken van dergelijke modellen is steeds geavanceerdere technologie beschikbaar, van microchips om waterkwaliteit te meten tot wereldwijde satellietsystemen en big data-technieken. Fresco: “Het is een ontzettend spannend terrein waar Nederland al van oudsher erg goed in is.” Dat is, zo legde ze uit, omdat er zoveel partners in samenwerken: overheden, instituten en bedrijfsleven. Daarmee heeft Nederland een waardevol exportmodel in handen. “Maar met de uitdagingen die er nu aankomen, is dat niet genoeg”, benadrukte ze. “Als we echt duurzame antwoorden willen, ook op de energievraag, dan zijn we nog lang niet klaar. Mijn boodschap is, ook aan het kabinet: zorg dat je er een langetermijnvisie over hebt. Dat je niet telkens geld bij elkaar moet schrapen. Zorg voor stabiliteit en maak welbewuste afwegingen. Dat is ook waar het draagvlak in de samenleving vandaan komt.”

Veel nieuwe mensen

De conferentie trok een groot aantal nieuwe deelnemers. Dat bleek uit een online peiling in de zaal. De helft van de mensen die antwoord gaven, was voor het eerst op een NKWK-conferentie. Op de vraag ‘waar ben je werkzaam?’ antwoordde iets minder dan de helft ‘overheid’. Ruim een kwart werkte bij een kennis- of onderwijsinstelling en zo’n 20 procent van de aanwezigen was afkomstig uit het bedrijfsleven. Iets meer dan 10 procent bleek student. Het merendeel van de mensen in de zaal zag zichzelf als onderdeel van de watersector, zo bleek uit de peiling. Ruim 20 procent antwoordde ontkennend. “Dat is mooi voor de interactie vandaag, tussen de watermensen en de andere sectoren”, zei Allewijn.

Drie bedrijven uit de praktijk

Jolanda Soons (Lamb Weston/Meijer), Barry Scholten (IF Technology) en Marc Scheers (Achmea)

Jolanda Soons (Lamb Weston/Meijer), Barry Scholten (IF Technology) en Marc Scheers (Achmea)

Drie bedrijven buiten de watersector presenteerden zich op het podium. Ze hielden de aanwezigen een spiegel voor en nodigden ze uit om mee te denken over het aanpakken van grote maatschappelijke vraagstukken als de energietransitie, schade door extreem weer en het grote waterverbruik in de voedselindustrie.

Energiebeheerders van de toekomst?

Barry Scholten werkt bij IF Technology, een adviesbureau voor bodemenergie en geothermie. Hij wil de watersector uitdagen, zei hij tegen de aanwezigen. “Zijn de waterbeheerders van nu de energiebeheerders van de toekomst? Het klimaat verandert en we moeten ons watersysteem klimaatrobuust maken.” Hij noemde een voorbeeld: “Door gebruik te maken van de zomerwarmte uit het oppervlaktewater kunnen één miljoen woningen van het aardgas af.” Dagvoorzitter Allewijn beaamde dat de energietransitie om grote snelheid vraagt, ook van de watersector. “We zijn goed in waterbeheer, we hebben droge voeten, maar we moeten iets extra’s doen om de transitie te versnellen. Als dat allebei lukt, hebben we een product dat we goed in de markt kunnen zetten.”

Buiten de vissenkom kijken

Marc Scheers, innovatiemanager bij verzekeraar Achmea, pleitte voor coalitievorming tussen bedrijven en de watersector. “En dat betekent dat je buiten je eigen vissenkom moet kijken”, zei hij. “Vervolgens kun je op zoek naar gemeenschappelijke doelen en oplossingen. Alleen door samenwerking kunnen we veel bereiken en de grote maatschappelijke problemen aanpakken.” Hij noemt dit de ‘coalition of the willing’, over alle sectoren heen. “Verschillende doelen kunnen leiden tot dezelfde oplossing. Als overheid, bedrijfsleven en wetenschap de handen ineen slaan, ontstaat er een groter draagvlak. Vergeet daarbij niet dat zij ook een rol hebben als watergebruikers.” Zijn advies aan de aanwezigen: “Ga koffiedrinken met mensen die helemaal niks met water te maken hebben.”

Water is te goedkoop

“Er is 105 liter water nodig om een portie friet te produceren”, stelde Jolanda Soons, sustainability programmanager bij aardappelbedrijf Lamb Weston/Meijer. “Het merendeel gaat op aan het kweken van de zonnebloemen voor de frituurolie.” Waarmee ze maar wilde zeggen dat er veel verborgen waterverbruik is in de voedingsindustrie – en dat water en voedsel nauw met elkaar verbonden zijn. En daarbij is er een complicerende factor: “De prijs van water weerspiegelt niet de waarde ervan.”
De aardappelindustrie, zo benadrukte Soons, kampt overigens vaker met te veel dan met te weinig water. Drainage van aardappelvelden is een groeiende uitdaging, nu zware regenval en overstromingen door klimaatverandering steeds vaker zullen voorkomen. “Wie kunnen ons daarbij helpen en hoe kunnen we met elkaar samenwerken?”, vroeg Soons zich af.

Bereidheid om samen te werken

Sprekers en publiek discussieerden vervolgens over de interactie tussen de private sector, overheden en wetenschappers. Daarbij speelden opnieuw de online peilingen een rol. Moet de watersector zich bijvoorbeeld actiever verdiepen in de wensen en behoeften van het Nederlandse bedrijfsleven? Jazeker, antwoordde 39 procent van de aanwezigen: de watersector zit te veel ‘in de eigen cocon’. De helft vond de stelling ‘wel een beetje waar’ en wilde zijn ‘leven beteren‘. Slechts een kleine minderheid vond dat de bedrijven ‘de vragen beter moeten stellen’ of dat waterbeheer puur een publieke zaak is. Eenzelfde beeld kwam naar voren uit de vraag of NKWK zich meer moet richten op toepasbaarheid van onderzoek in de praktijk. Een grote meerderheid was het hiermee eens: onderzoekers moeten meer vragen ‘van buiten ophalen’ en integreren in hun onderzoek.
Er is veel bereidheid om samen te werken, zo concludeerden de aanwezigen tijdens deze sessie. Er is al veel kennis aanwezig; de uitdaging zit hem vooral in het sneller toepassen daarvan. Tegelijkertijd blijft er nieuw onderzoek nodig – alleen al omdat de praktijk zich snel ontwikkelt, waardoor er ook telkens nieuwe vragen opduiken.

NKWK geeft voorsprong

Wim Kuijken bij de NKWK kennisconferentie 2018

Wim Kuijken, voorzitter van de Raad van Toezicht, sloot het plenaire deel af. Hij toonde zich tevreden over de inzet van iedereen die betrokken is bij het NKWK. “Het samenbrengen van verschillende partijen kost energie, en er is wil en vertrouwen voor nodig. Maar als het lukt, geeft het een voorsprong. Daar kunnen we van profiteren op het moment dat er middelen te verdelen zijn uit het regeerakkoord, of uit de wetenschapsagenda. Ik verwacht daar veel van.”

“Er ligt een enorme kennisagenda”
Wim Kuijken

Piekbuien en het ijs van Antarctica

Kuijken gaf de aanwezigen twee belangrijke signalen voor de toekomst mee. “De intensiteit en frequentie van piekbuien neemt sinds het begin van deze eeuw enorm toe, eerder dan verwacht. Dat heeft hele grote effecten op de fysieke omstandigheden in ons land.” Ook vroeg hij aandacht voor het smelten van het landijs van Antarctica. “Daar is iets aan de hand. Er zijn nog veel onzekerheden, maar de ontwikkelingen daar kunnen leiden tot een versnelde zeespiegelstijging.” Nieuwe kennis is nodig, op allerlei terreinen, zei hij: over de interactie tussen opwarming, afsmelting en zeespiegelstijging, over het gedrag van onze kust, de levensduur van kunstwerken, over zoutindringing. “Er ligt een enorme kennisagenda. Draag daar actief aan bij, want we weten nog niet voldoende.”

De verslagen van de deelsessies zijn hier te vinden.