Een brug slaan tussen kennis en praktijk

Het klimaatbestendig inrichten van steden is een grote uitdaging. Niet voor niets verscheen dit jaar voor het eerst een Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Er moeten een paar tandjes bij om de Nederlandse steden voor te bereiden op klimaatverandering. Er zijn al veel onderzoeksresultaten, nu de toepassing nog. Klimaatbestendige stad slaat een brug tussen kennis en praktijk.

“Naast kennis délen is kennis ontwíkkelen een belangrijk doel van Klimaatbestendige stad” – Joke van Wensem, trekker onderzoekslijn

Op een regenachtige dag in oktober verzamelden zich ruim honderd mensen in Alkmaar, voor het vijfde projectbezoek van Klimaatbestendige stad. Ze bezochten – gewapend met paraplu’s – De Hoef, een wijk waar diverse klimaatadaptieve maatregelen zijn toegepast. Weer terug in het AFAS-stadion toonden de bezoekers zich enthousiast over wat ze hadden gezien. In kleinere groepen deelden ze hun ervaringen en stelden elkaar vragen. De ideeën vlogen over en weer. Joke van Wensem, trekker van de onderzoekslijn, was na afloop tevreden. “Zo’n projectbezoek werkt inspirerend, dat zien we iedere keer weer. Het is een netwerkdag met de nadruk op praktische kennisoverdracht. En we halen weer kennisvragen op.”

Rijke geschiedenis

Klimaatadaptatie in steden was al een belangrijk onderwerp tijdens het onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat, dat liep van 2007 tot 2014. Onder de noemer ‘Climate Proof Cities’ werden onderzoeken verricht naar klimaatadaptieve maatregelen. “We beschikken wat dat betreft over een rijke geschiedenis”, zegt Joke. “Er ligt veel kennis op de plank. De uitdaging is nu om die kennis te ontsluiten voor de mensen die ermee aan de slag moeten: bij de gemeenten en de waterschappen. Maar ook bedrijven en burgers.”

Kenniskranten

Een van de manieren om kennis toegankelijk te maken, is de uitgave van kenniskranten: fraai vormgegeven uitgaven op A-3 formaat met korte, informatieve artikelen over klimaat-gerelateerde onderwerpen. Dit jaar verschenen twee edities: de Natte Krant over wateroverlast en Droge Kost over droogte. De kranten zijn ook digitaal beschikbaar, inclusief links naar een schat aan achtergrondinformatie en onderzoeksrapporten. Een derde editie over hitte is gepland voor 2018. Joke constateert dat de kenniskranten gretig aftrek vinden tijdens de projectbezoeken: “Het is een heel toegankelijk manier om kennis te ontsluiten.”

Dynamische kennisagenda

Ook is behoefte aan het ontwikkelen van nieuwe kennis, zo blijkt tijdens de projectbezoeken. In de sessies doemen tal van kennisvragen op, die verwerkt worden in de kennisagenda van de onderzoekslijn. Het is een dynamische agenda, die steeds wordt aangepast aan de actualiteit. “Naast kennis délen is kennis ontwíkkelen een belangrijk doel van Klimaatbestendige stad”, zegt Joke. In 2017 focust de onderzoekslijn zich op groen-blauw: hoe je met maatregelen rond groen en water klimaatbestendig kunt worden tegen hitte, droogte en wateroverlast.

Breed consortium

Een breed consortium heeft 500.000 euro bij elkaar gebracht voor het onderzoeken van drie aspecten van groenblauwe maatregelen: de aanleg van een database, waarmee gebruikers een goede afweging kunnen maken tussen de beschikbare maatregelen; de effecten van de maatregelen op de gezondheid van inwoners; en het waarderen van de kosten en de baten van de groenblauwe maatregelen op project- en wijkniveau. Daarnaast wordt ook nog gewerkt aan het verbeteren van de raming van verwachte schade door wateroverlast, overstroming, droogte en hittestress. Het consortium bestaat vooralsnog uit de volgende partijen: het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie), STOWA, RIONED, provincie Noord-Brabant, gemeente Dordrecht, Deltares, RIVM, Wageningen Environmental Research, TNO, atelier GROENBLAUW, Wageningen Economic Research, Ecorys, Stichting CAS en Hogeschool van Amsterdam. Joke verwacht dat zich volgend jaar nog meer partijen zullen aansluiten.

Gebruikers praten mee

Om ervoor te zorgen dat het onderzoek goed aansluit bij de vragen uit de praktijk, is een brede gebruikersgroep opgericht. Momenteel zitten hierin vijftien vertegenwoordigers van steden en waterschappen. Er is ruimte voor groei, zegt Joke. “Ik hoop dat in 2018 meer gebruikers zullen aansluiten. We willen ervoor zorgen dat de onderzoeksresultaten zo goed mogelijk passen bij wat nodig is bij de gemeenten en waterschappen. Daarom is de gebruikersgroep nauw verbonden bij de uitvoering van het onderzoek. Zij kunnen er vervolgens voor zorgen dat de ontwikkelde kennis terecht komt bij de mensen in de uitvoering.”

Verder het land in

Op 30 november vindt het zesde projectbezoek plaats, dit keer in Amersfoort. De deelnemers maken onder meer een wandeling door de oude binnenstad en nieuwbouwwijk Vathorst. In 2018 wil Joke graag projectbezoeken organiseren in het noorden en zuiden van Nederland. “Nu zijn we vooral in het midden van het land geweest; het is tijd om verder het land in te trekken. De behoefte is er, zo merken we aan de reacties.” Tijdens de eerste vier projectbezoeken zijn bijna 300 individuele partijen bereikt. Een mooi resultaat, vindt Joke. “Ik ben vooral blij met de variatie in achtergrond: ongeveer de helft was afkomstig van diverse overheden, een kwart van bedrijven, vijftien procent van kennisinstellingen en vijf procent van Ngo’s.”

Projectbezoek in Almaar (foto: Peter Neijts)

Praktisch en concreet

De deelnemers aan het projectbezoek in Alkmaar verlieten tevreden het AFAS-stadion. Fred Mens, projectleider bij de gemeente Heemskerk, gaf aan dat hij zijn inhoudelijke kennis behoorlijk had kunnen bijspijkeren. “Die kan ik goed gebruiken tijdens bijeenkomsten die ik organiseer met bewoners.” Léon de Bruijn, rayonmanager van Betonindustrie de Hamer B.V., was blij dat hij het product kon laten zien waar zijn bedrijf in is gespecialiseerd: bestratings-materiaal dat geschikt is voor drainage en het transport van water. “Zo’n dag als deze levert nuttige contacten op. En ik leer er zelf ook iets van: wij weten alles van beton, maar hebben niet alle kennis over de praktische toepassing ervan.” Thijs Bootsma, beleidsmedewerker SED gemeenten (Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland) is enthousiast over de rondwandelingen – een vast onderdeel van de projectbezoeken. “Je kunt de voorbeelden van klimaatadaptatie echt bekijken. Deze dag is heel praktisch en concreet.”

Wilt u zich aansluiten bij het onderzoeks-consortium? Of heeft u ideeën voor onderzoek en/of een projectbezoek? Neem contact op met Joke van Wensem, joke.van.wensem@minienm.nl.

 

Tekst: Ria de Wit