Ecologische veerkracht vereist andere manier van denken

De ecosystemen van de grote wateren in Nederland staan onder druk, onder meer door intensief gebruik en klimaatverandering. De onderzoekslijn Duurzaam beheer grote wateren werkt aan de ecologische veerkracht van deze gebieden, zodat ze zich beter kunnen aanpassen. Hier is niet alleen kennis voor nodig, maar ook een andere manier van denken.

“Het beheer van een ecosysteem is één grote Jenga-puzzel” – Joost Backx, trekker onderzoekslijn

Nederland heeft zes clusters van grote wateren: het rivierengebied, de Zuidwestelijke Delta, het kustgebied, het Waddengebied, het IJsselmeergebied en de Noordzee. In al deze gebieden is de afgelopen decennia veel veranderd, zegt Joost Backx, trekker van de onderzoekslijn Duurzaam beheer grote wateren. “Niet alleen door klimaatverandering, maar ook door ingrepen in het verleden en een toename van het menselijk gebruik. Daardoor is de ecologische kwaliteit van die grote wateren achteruit gegaan en instabiel geworden.” Als voorbeeld noemt Joost het Markermeer, dat door de aanleg van dijken een troebele bak water werd. “Met onze onderzoekslijn willen we bereiken dat de grote wateren veerkrachtige ecosystemen worden, die verstoringen kunnen absorberen en zich kunnen reorganiseren. Daarmee behouden we unieke waternatuur, verbetert de kwaliteit van de leefomgeving en krijgt duurzaam gebruik en beheer een impuls.”

Kennis alleen is niet genoeg

Om die ecologische veerkracht te verbeteren, is niet alleen kennis nodig over het functioneren van watersystemen, zegt Joost. “We moeten ook aandacht besteden aan governance en het sociaal-economische systeem: de manier waarop we besluiten, samenwerken en de omgeving betrekken bij de grote wateren.” Hij pleit voor ‘veerkracht-denken’: inspelen op onverwachte ontwikkelingen en het toepassen van nieuwe kennis. “We moeten leren aanvaarden dat we de toekomst slecht kunnen voorspellen en dat er altijd verrassingen kunnen optreden. Als we de aandacht verleggen van ‘hoe behaal ik doelen’ naar ‘hoe benut ik de mogelijkheden en ga ik om met veranderingen’, ontstaat een heel andere manier van samenwerken, organiseren en ontwikkelen.”

Westerschelde (fotograaf Marcel Taal)

Uitleggen is belangrijk

Om dat ‘veerkracht-denken’ te bereiken, is veel uitleg nodig, denkt Joost. “We zijn in Nederland van oudsher gewend om te voldoen aan normen en richtlijnen, denk aan Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water. Bestuurders en beheerders moeten wennen aan een nieuwe manier van denken. Communicatie is daarom heel belangrijk: uitleggen waarom het goed is niet alleen te kijken naar de hoogte of de sterkte van een dijk, maar ook naar de veerkracht van het hele systeem – inclusief de oevers en alles wat invloed heeft op het gebied.” In feite is een ecosysteem één grote Jenga-puzzel, zegt Joost: een opeenstapeling van houten staafjes waar je er een paar uit kunt halen. “Dan moet je wel weten welke en hoeveel, om te voorkomen dat de stapel instort. In een ecosysteem kunnen best dingen veranderen, maar niet alles tegelijk want dan gaat het mis. Door beheer en met maatregelen stop je zogezegd weer staafjes terug op de plek waar dat nodig is.”

Zeven principes

De onderzoekslijn werkt aan een conceptueel denkkader dat antwoord geeft op de vraag hoe de ecologische veerkracht in de grote wateren verbeterd kan worden. De onderzoekers maken daarbij gebruik van de zeven principes van het Stockholm Resilience Center. Die principes zijn grofweg te verdelen in twee categorieën: sleutelelementen voor het beheer van het sociaal-ecologische systeem (biodiversiteit, connectiviteit en terugkoppel-mechanismen) en elementen voor het verbeteren van governance (complexiteit, leren en experimenteren, participatie en meervoudig bestuur). Joost: “Samen met de WUR is de toepasbaarheid getest in het Markermeer-gebied.” Op de NKWK-conferentie van 17 april zal Joost de resultaten presenteren tijdens een deelsessie.

Data-analyses

Is veerkracht uit de te drukken in cijfers? Op die vraag probeert de onderzoekslijn het antwoord te vinden. Joost: “Een trainee is in datareeksen van Rijkswaterstaat op zoek naar regime shifts in de grote wateren. Dit zijn grote kantelpunten die ontstaan na een periode van geleidelijke veranderingen.” Als voorbeeld noemt Joost de alom bekende plotselinge omslag van een helder naar een troebel meer, waardoor op enig moment een bepaalde soortengroep (planten of waterdieren) kan uitsterven. De trainee ontwikkelt standaard data-analyse-methoden en –technieken, samen met studenten van de WUR, kennisinstituten en de Hogeschool Zeeland. “Ik hoop dat deze analyses op termijn beter inzicht bieden in het functioneren van de watersystemen en de grenzen die we moeten stellen aan het gebruik ervan. Idealiter zouden we met een begrip als ‘safe operating space (SOS)’ de ruimte definiëren waarbinnen een systeem zicht dient te bevinden om veerkrachtig te blijven. Ook willen we graag een early-warningsysteem opzetten: een waarschuwingssysteem voor beheerders van grote wateren zodat ze weten op welk moment – en hoe – ze moeten ingrijpen.”

Pilots en experimenten

De onderzoekslijn is ook gestart met een pilot voor het kwantificeren van ecosysteemdiensten, in de Grevelingen. “Als je weet welke diensten een groot water levert – bijvoorbeeld drinkwater, biodiversiteit, zuivering – dan kun je op basis daarvan keuzes maken en bepalen waar ook economisch de balans ligt tussen het gebruik van ecosysteemdiensten en het behoud en/of herstel van biodiversiteit en ecosysteem.” Daarnaast leert de onderzoekslijn veel van grootschalige veldexperimenten zoals de aanleg van de Markerwadden. “Onze kennisontwikkeling sluit ook aan op een aantal landelijke ontwikkelingen zoals de Delta-aanpak waterkwaliteit, de Verkenning grote wateren, LIFE IP Deltanatuur en de integrale gebiedsagenda’s.”

Kansen en impuls

Het regeerakkoord biedt kansen voor fundamenteel en toegepast onderzoek op de grensvlakken van ‘water, landbouw en voedsel’ en ‘natuur en water’, zegt Joost. “Het kabinet trekt 275 miljoen euro uit voor natuur en waterkwaliteit. Een deel daarvan gaat naar het verbeteren van de ecologie in de grote wateren. Komend half jaar werken we aan een uitvoeringsprogramma, dat mogelijk in aanmerking komt voor deze zogenoemde impulsgelden.” De onderzoekslijn werkt hierin samen met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Directoraat Generaal Water en Bodem (DGWB) en Rijkswaterstaat.

Wilt u meer weten over Duurzaam beheer grote wateren? Neem contact op met Joost Backx / joost.backx@rws.nl.